CORNELIA BRINKMAN EN JAN GRESHOFF

In de periode dat Brinkman op de Pauwhof verbleef (november 1949 t/m half november 1952), was ook Jan Greshoff er enige tijd te gast, vermoedelijk in juli en augustus 1951.*

Op 19 september 1951 schreef Brinkman over Greshoff in een brief aan A. Roland Holst. Een fragment uit deze brief:

"Dat ik je na zo lange tijd weer eens schrijf, heeft de volgende aanleiding. Indertijd stuurde ik je eens o.a. mijn verhaal "De Bekeering" ter lezing. Hiervan ben ik helaas mijn duplicaat kwijtgeraakt. Zou het erg veel moeite voor je zijn mij het exemplaar dat nog bij jou moet zijn, terug te sturen? Het hoeft natuurlijk niet op stel en sprong, maar wanneer je eens tijd hebt om het op te zoeken, dan graag.
Het gemis ontdekte ik, toen Greshoff - die zoals je weet hier een poosje verbleef - mijn werk wilde lezen. Wonderlijk genoeg heeft Greshoff alles wat ik hem liet lezen lof toegezwaaid, d.w.z. in zijn geheel; tot mijn verbazing maakte hij niet eens een uitzondering voor enkele hoogst twijfelachtige producten die ik er min of meer voor de grap had bijgedaan. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik zijn uitingen daaromtrent kan vertrouwen. Hij heeft zich hier op de Pauwhof voortdurend als een zeer beminnelijk en gemoedelijk man gedragen, maar op mij maakte hij sterk de indruk van iemand die zich bij voorbaat tot taak gesteld had, beminnelijk en gemoedelijk te zijn, veel door de vingers te zien, zich vooral niet op te winden en niemand te kwetsen. Dat lukte hem dan ook uitstekend en bovendien is hij een gezellig verteller, zodat hij algemeen in de smaak viel."

Op 26 september 1951 schreef Roland Holst haar een antwoord. Een fragment uit deze brief, m.b.t. Greshoff:

"Je diagnose van mijn ouden vriend Greshoff is niet onjuist, maar dat hij gedichten alleen omderwille van de vriendelijkheid goed zou keuren, acht ik uitgesloten - en zijn oordeel over gedichten is de moeite waard om ernaar te luisteren - heel wat meer dan zijn oordeel over b.v. politiek."

Uit een brief van Brinkman aan Uitgeverij Sijthoff, d.d. 18 juni 1953, blijkt dat Brinkman ook de schoonzus van Greshoff, de vertaalster Nini Brunt, heeft ontmoet. Een fragment uit deze brief:

"Mocht de directie nog geen andere vertaler(ster) voor het boek in kwestie gevonden hebben, dan zou men b.v. Mevrouw Brunt kunnen verzoeken - schoonzuster van Greshoff, vertaalt goed, en zei mij vorig jaar nog dat ze er werk bij kon gebruiken; woont ergens in A'dam, wschl. wel in telef.boek te vinden."
(Brief in Sijthoff-archief, Bijz.Collecties UB Leiden.)

*Bron: 'kamerindeling' 1951 van de Pauwhof, Pauwhof-archief, gemeente Wassenaar.

De informatie op deze pagina wordt nog verbeterd en aangevuld, ook met afbeeldingen van de originele brieffragmenten.